De schoonheid van roestbruin onderwijs

door Ton Bruining
27 Februari 2021

Onlangs presenteerde ik een kleurentheorie voor stoutmoedige onderwijsmensen, met daarin vijf kleuren: waardeer het imperfecte (roestbruin), speel buiten de lijntjes (hemelsblauw), verdraag het geploeter (moerasgroen), durf moed te tonen (bloedrood) en reflecteer altijd (hagelwit). In een serie van vijf essays ga ik achtereenvolgens in op deze vijf kleuren te beginnen met de roestbruine waardering voor de imperfectie in het onderwijs.

 

De schoonheid van roestbruin onderwijs

Er is een groot verschil tussen wat bestuurders, wetenschappers, beleidsmakers en inspecteurs in het onderwijs zouden willen zien en wat leraren, onderwijsassistenten, conciërges, schoolleiders, kortom onderwijsmensen uit de praktijk ervan maken. Zonder afbreuk te willen doen aan loffelijke strevingen, fantastische vergezichten en uitgelezen theorieën moeten we er heel erg voor oppassen dat we de werkelijkheid er geweld mee aandoen. Er zijn juist allerlei redenen om het imperfecte te waarderen. Laat ik er drie noemen:

 

Drie redenen om imperfect onderwijs te waarderen

  1. Frontliniewerkers zoals leraren weten heel goed dat de praktijk vele malen complexer is dan de onderwijsconcepten en de achterliggende theorieën willen doen geloven. De Amerikaanse filosoof en stedenbouwkundige Donald Schön sprak over de morele hooglanden van het weten en de moerasgronden van het handelen. Zonder respect voor de praktijk en professionele ruimte voor leraren is de kans groot dat bijvoorbeeld onderwijsvernieuwing de bedoeling van het systeem eerder in de weg zit dan ondersteund. Organisatiefilosoof Mieke Moor noemt dat geweld van organisatie. De reactie van de frontliniewerkers zal dan van defensieve aard zijn. Dat liet Michael Lipsky in 1980 in zijn klassieke studie Street-level bureaucracy zien. Die studie kreeg in 2010 een update. Frontliniewerkers die te weinig professionele ruimte krijgen maken graag gebruik van de mogelijkheden die ze hebben om zichzelf af te sluiten van de bemoeienis van de organisatie.  n het onderwijs wordt het dan ‘Koning, keizer, admiraal in eigen klaslokaal’ zoals onderwijshoogleraar Nijs Lagerweij dichtte. In zo’n toestand wordt het risico steeds groter dat er ervaringsconcentratie optreedt, een situatie waarbij de leraar steeds vaardiger wordt op een steeds kleiner wordend domein, zich vasthoudt aan de eigen routine en steeds minder wendbaar wordt tot op het punt dat deze helemaal losgezongen raakt van de school, van het onderwijs en geen perspectief meer ziet. Dan worden ze zoals Jo Thijssen het noemde ‘perspectivisch obsoleet’. Dan is er meer kapot dan een prachtig onderwijsconcept kan goed maken.

 

  1. U kent vast de gangmakers van uw school. Betrokken professionals die de gaten voor het team dichtlopen, bijvoorbeeld wanneer er in het rooster iets niet goed geregeld is. Collega’s die altijd weer de redder in nood zijn wanneer een project in de soep dreigt te lopen. Het zogenaamde antifragiliteitsprincipe zorgt ervoor dat organisaties sterker worden door chaos en tegenslag. Het laat zien dat er heel veel wijsheid in het systeem zit. Leike van Oss en Marijke van Spanjersberg bespreken dit geinspireerd door Margareth Wheatley in Meer dan de som der delen, een kloeke bundel over systeemtheorie. Dat de wijsheid in het systeem zit zag ook de antropoloog Julian Orr toen hij onderzoek deed op de werkplek van onderhoudsmonteurs. Hij kwam erachter dat de handleidingen van hun bedrijf nooit voldeden omdat de machines, in dit geval kopieerapparaten, zich nooit standaard gedroegen. Sommige van die apparaten stonden in kelders met hun pootjes in het water of werden geschopt als ze het weer eens niet deden, terwijl andere kopieerapparaten zich op het hoogpolig tapijt bevonden en liefdevol werden gekoesterd. Omdat de handleidingen te weinig houvast boden, ontmoetten de onderhoudsmonteurs elkaar in wegrestaurants om te bespreken hoe ze het beste met het wispelturige gedrag van de machines om zouden kunnen gaan. De paradox is nu dat managers zulke communities of practice – die in het onderwijs professionele leergemeenschappen (PLG’s) worden genoemd – propageren, een manier van werken en leren die juist is ontstaan als alternatief voor onbruikbare instructies van het management.

 

  1. In het onderwijs is een civilisatieproces te bespeuren zoals dat ooit door de socioloog Norbert Elias werd gemunt. Elias liet zien dat mensen in de samenleving steeds meer aangespoord worden om zich ‘normaal’ te gedragen en zich daarbij te spiegelen aan de naasthogergelegen sociale klasse en in dat proces ontstaan ongeschreven gedragsregels. Het voorbeeld waar ik aan denk is het streven naar onderzoek in het beroepsonderwijs. Als lector in het hoger beroepsonderwijs kreeg ik te maken met academiedirecteuren die alleen nog maar een lector willen aanstellen die ook professor zou kunnen zijn. De lectoraten zijn kenniskringen geworden van waaruit leraren worden verleid om te promotieonderzoek te doen. Een lector liet me jaren geleden al weten dat ze alleen nog maar wilde werken met kenniskringleden die voor een promotietraject willen gaan. De lectoraten lijken zich op te trekken aan de universitaire traditie. Inmiddels wordt sinds een aantal jaren onderzoek in het middelbaar beroepsonderwijs gepropageerd. Nu zie je dat de zogenaamde practoren zich weer spiegelen aan de lectoraten. Zo worden de onderzoekers in het middelbaar beroepsonderwijs geprezen wanneer ze werken aan academische kennisproductie. Mijn stelling is dat het onderzoek in het middelbaar beroepsonderwijs daardoor dreigt weg te drijven van het makerschap dat de beroepspraktijk kenmerkt. Makerschap dat niet door theorie gedreven wordt maar door ondernemendheid en experimenteerdrift. Om ervoor te zorgen dat er in het beroepsonderwijs ruimte komt waarin studenten als eigentijdse en innovatieve vaklieden kunnen opstaan zijn eerder ambachtelijke broedplaats nodig dan academische werkplaatsen, Daarom pleitte ik onlangs in een bundel over handelingsgericht onderzoek voor het in de ogen van wetenschappers waarschijnlijk imperfecte pielen, prutsen en klooien als onderzoeksaanpak voor het middelbaar beroepsonderwijs.

 

Steunkleuren voor het roestbruine

In de kleurentheorie voor stoutmoedige onderwijsmensen gaat het niet om een keuze tussen de ene of de andere kleur. De kleurentheorie is ook niet zozeer een interventietheorie, maar veel meer een een spectrum van samenhangende stemmingen voor een welgetemperd stoutmoedig gemoed.  De kleuren zijn bedoeld om verschillende dimensies van stoutmoedig zijn uit te lichten. De kleuren kunnen daarbij elkaars steunkleuren zijn. Het roestbruine kan gesteund worden door het hemelsblauwe (speel), het moerasgroene (verdraag) het bloedrode (durf) en het hagelwitte (reflecteer). Dat ga ik hierna toelichten.

Speel (hemelsblauw). In het spel kunnen tegenstrijdigheden bestaan, bijvoorbeeld een speelveld en spelregels te creëren waarin dat kan. Denk aan de tegenstrijdigheid die schuilt in het voor leraren organiseren van professionele leergemeenschappen. Bij het spel kun je ook denken aan de negen muzen die door de Griekse oppergod Zeus verwekt werden omdat de halfgoden bij hem kwamen klagen dat hun werken niet gezien werden. In die halfgoden zou je de onderwijsmensen in de frontlijn kunnen zien. De negen muzen die Zeus verwekte, daagden op verschillende manieren uit tot reflectie. Omdat het manieren zijn die in de lerarenkamer niet gewoon zijn, bijvoorbeeld door de dans, de tragedie of de meerstemmigheid in te zetten kunnen we het reflecteren op de onderwijspraktijk nieuwe dimensies geven (Van Rosmalen, 2016). De muzen dagen uit om je professionele verhaal op verschillende manieren te vertellen. Daardoor kun je loskomen van de gebruikelijke clichés. Door te spelen met nieuwe vormen, nieuwe taal, nieuwe bewegingen kun je voorbij de flipover geraken en nieuwe onderwijsmaakprocessen ontdekken. 

Verdraag (moerasgroen). Scholen hebben vaak prachtige visies en strategieën, zoals het ruimte geven aan talenten. In de werkelijkheid krijgen leerlingen en leraren lang niet altijd de kans om hun talenten ten volle in te zetten. De verleiding is groot om op basis van deze analyse een veranderplan te maken dat ervoor zorgt het wel gaat lukken met het inzetten van die talenten. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat veel veranderingen mislukken, ook al proberen we het nog zo vaak en proberen we de kunst van het veranderen tot grote hoogte op te stuwen met mooie theorieën. Voor het verdragen van het imperfecte wordt niet zo vaak gepleit. Terwijl juist in de kunst van het ploeteren veel schoonheid zit. Als metafoor voor de schoonheid van het doorploeteren verwijs ik graag naar het werk van keramiste Alexandra Engelfriet die laat zien hoe prachtig doormodderen kan zijn https://www.alexandra-engelfriet.nl/film-II.php

Durf (bloedrood). Moed begint met het onder ogen zien van wat er moet gebeuren. Dat kan betekenen dat je vanuit je verantwoordelijkheid een collega of een leidinggevende aanspreekt. Bijvoorbeeld wanneer grootse plannen onvoldoende waardering hebben voor wat al goed gaat in de praktijk, Er is ook moed nodig om in een wereld die het perfecte najaagt tegen jezelf en tegen je omgeving te zeggen: “Ik ben goed genoeg”. De Amerikaanse onderzoekster Brené Brown laat zien dat wanneer mensen voortdurend bezig zijn om weg te lopen voor die aspecten van het leven die niet passen bij wie ze denken te moeten zijn. Het gevaar is dan groot dat je een buitenstaander blijft in je eigen verhaal en het gevoel houdt dat je je voortdurend moet bewijzen. Wanneer mensen in staat zijn los te laten wat anderen ervan denken en het eigen verhaal onder ogen zien zoals het is, dan geeft dat een gevoel van eigenwaarde. Het gevoel dat je goed genoeg bent zoals je bent. Juist dan kan je ervoor gaan. Want angst, oordeel en eenzaamheid komen voort uit “zelfafwijzing”. Brown noemt kiezen voor authenticiteit en het gevoel dat je goed genoeg bent in deze wereld een daad van verzet die kan leiden tot een leven dat met hart en ziel geleefd kan worden.

Reflecteer (Hagelwit). Het onderwijs is ‘messy business. Met het begrip ‘messy business’ wordt een system bedoeld dat complex is, voortdurend in verandering is, waarin vraagstukken met elkaar samenhangen en niet worden afgebakend door systeemgrenzen. Met de kinderen komt de samenleving de school in, van de school en de leraren wordt verwacht dat ze daarop aansluiten en iedere dag opnieuw eigentijds onderwijs maken. Daarbij worden netwerkpartners steeds belangrijker die naast hun bijzondere kwaliteiten ook hun eigen belangen en problemen meenemen. In de rol van de opvoeding van kinderen zijn de ouders de eerstverantwoordelijken en belangrijke partners voor het onderwijs. In het voortgezet onderwijs moet rekening gehouden worden met de ‘peergroup’ van de kinderen die een steeds belangrijkere rol gaat spelen. In het beroepsonderwijs schuiven ouders naar de achtergrond en wordt de relatie met het beroepenveld steeds belangrijker. Persoonlijke reflectie, reflectie met collega’s en/of met belanghebbenden kan zorgen voor “[…] de bewustwording van het krachtenveld van verschillende normen (maatschappelijke, organisatorische, professionele en persoonlijke) […] waarin de professional zich bevindt en het zoeken naar de juiste rechtvaardigingsgrond voor het professionele handelen, die per situatie kan verschillen en om een afweging (vooraf, tijdens en achteraf) vraagt”. Zo werd in 2007 normatieve professionalisering gedefinieerd door de Universiteit voor Humanistiek. In hun bundel Goed werk laten Gaby Jacobs en anderen zie dat dat van groot belang is in de omgang met de dagelijkse ‘messy business’. Het vraagt ook om het vermogen om in zo’n reflectie verschillende brillen op te zetten. Wanneer je probeert om een antwoord te vinden op de vraag ‘wie je bent’ in de complexiteit van de frontlinie, zul je merken dat daar niet maar één antwoord op is. Je kunt afwisselend of tegelijkertijd iemand zijn die het goede op een roetsbruine manier de wereld in knutselt, die een spel durft te spelen, die gestaag doorploetert, die de stoute schoenen aan trekt en die zelf of met anderen het eigen handelen onder de loep neemt.

Mijn bedoeling met dit essay is om aandacht te vragen voor het imperfecte als waardevolle bron voor de professionalisering van leraren en ontwikkeling van het onderwijs, bijvoorbeeld door professionele ruimte te bieden, het improviserend vermogen van medewerkers te koesteren en je niet de eigenheid van je school uit het oog verliest door met de mode mee te lopen. Met de waardering voor het imperfecte en het mobiliseren van kleurrijke steun kunnen nieuwe en waardevolle onderwijsmaakprocessen op gang komen. Ongetwijfeld ook weer imperfect.

 

Literatuur

Brown, B. (2013) De moed van imperfectielaat gaan wie je denkt te moeten zijn. Amsterdam: Levboeken
 
Bruining, T. (2021). Pielen prutsen en klooien: het pedagogisch handelen in het mbo aanscherpen en handen en voeten geven. In: G. Biesta & M. Janssens (red).  Pedagogiek als betrokken handelings-wetenschap. Culemborg: Phronese
 
Elias, N. (2011). Het civilisatieproces. Amsterdam: Boom. 
 
Jacobs, G., R. Meij, H. Tenwolde & Y. Zomer (red.) (2008). Goed werk. Amsterdam: SWP
 
Lagerweij, N. (1991). Koning, keizer, admiraal in eigen klaslokaal. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
 
Lipsky, M. (2010). Street-level bureaucracy: Dilemmas of the individual in public services 30th anniversary expanded edition). New York: Russell Sage Foundation.
 
Moor, M. (2012). Tussen de regels  Een esthetische beschouwing over geweld van organisatie. Utrecht: IJzer
 
Orr, J. (1996). Talking about machines: An ethnography of a modern job. Ithaca, NY: Cornell University Press.
 
Oss, L. van & Spanjersberg, M. (2019). De wijsheid zit in het systeem zelf. Een briefwisseling over Margareth Wheatley. In: B. Kessener & L. van Oss (red). Meer dan de som der delen. Systeemdenkers over organiseren en veranderen. Deventer: Vakmedianet
 
Rosmalen, B. van (2016). Muzische professionalisering. Utrecht: IJzer

Schön D A (1983). The reflective practitioner: how professionals think in action, New York: Basic Books

 

Innoverend onderzoeken
door Ton Bruining
30 September 2022
Deze zomer verscheen onder redactie van lector leren en innoveren Arienne van Staveren en Hüseyin S ... Lees meer
45 hoofdstukken over professionaliseren en leren in organisaties
door Ton Bruining
15 Mei 2022
Eind 2021 verscheen alweer de derde editie van het Handboek Human Resources Development. Voor het HR ... Lees meer
Door het gebruiken van onze website, ga je akkoord met het gebruik van cookies om onze website te verbeteren. Dit bericht verbergen Meer over cookies »